Openingsspeech

Rien Monshouwer
Openingswoord op zondag 9 juni 2024 bij de tentoonstelling Paula van Zeggeren: (re)constructie

Rien MonshouwerNee, wij gaan niet naar Zandvoort al aan de zee. Wel nemen we koffie en broodjes mee, want wij zijn op weg naar De Bergen. Met kleine, of met hoofdletters? Met hoofdletters natuurlijk: De Bergen. De Zwitserse bergen, om wat preciezer te zijn.

De lokroep van de bergen. De ademtocht van de bergen. Het kristalheldere van de bergen. De bergen zoals ze verbeeld zijn door zovele kunstenaars. Denk bijvoorbeeld maar aan Giovanni Giacometti, aan Cuno Amiet of Ferdinand Hodler, die ons zelfs de grootsheid van de bergen in de mist laat ervaren. Reis William Turner na door de Zwitserse bergen. Of, meer recent, raak verrukt door de hommages aan De Berg van Roman Signer. De bergen waar Robert Walser zo graag zijn eenzame wandelingen op maakte. De bergen zoals je ze in het werk van Urs Pfannenmüller terug kunt vinden.
Opkijken naar De Berg, om vanaf het dal, in het dorp naast de klaterende beek met de springende forel, haar majestueuze grootsheid te bewonderen. De paden die de berg ons aanbiedt om haar top te bereiken. Bovenop de berg staan, tussen de soms loodzware wolken, die ook als luchtig dons kunnen zijn.
Op de top van de wereld al die andere majestueuze bergen overzien, in het besef van je eigen nietigheid. De gletscher, die haar diepgevroren, metersdikke, soms eeuwenoude geheimen langzaam, maar zeker, prijs geeft. Je stem die echoot tussen de rotswanden. Het gejodel dat door de dalen zingt. De klimmer vastgeketend aan een roekeloos touw. De Nacht die de verblindende witheid van de eeuwige sneeuw doet schitteren, alleen, hoe lang nog?
De Maan die het geheel in haar mysterieuze licht zet. De Zon die de witte massa ongenaakbaar maakt, maar die ook in het voorjaar de Edelweiss en andere bloemen de kracht geeft om hun schoonheid te tonen. De Berg die zo belangrijk is voor hen die aan haar voet in het sanatorium verblijven. De berg waar je, hand in hand met je Vader, op ronddwaalt. De Berg en de genezing van je vader. De manier waarop de bergen, en de herinnering daaraan gekoppeld zijn aan je bestaan.
Ook je bestaan als kunstenaar.

We rijden langs de Rijn, en volgen de bedding van die oude, indrukwekkende Dame, die Nederland, Duitsland en Zwitserland, van de zee tot aan de bron in de hoogvlakte, verbindt. Begeleidt door de vele liederen en gedichten die aan haar gewijd zijn, wanen ons even in een schilderij, een landschap dat liefdevol haar rivier omarmt. We wuiven hartelijk naar haar bewoners. En, ons wuiven wordt beantwoord.
We rijden richting Schatzalp, niet ver van Davos, ook wel ‘de magische berg’ genoemd in het boek ‘Der Zauberberg’, van Thomas Mann, waar Hans Castorp zijn neef in het sanatorium gaat opzoeken. Hij gaat voor drie weken, maar blijft uiteindelijk zeven jaar.
Zeven jaar lang wordt er van dit, daar aan de voet van De Magische Berg van het leven geproefd, wordt het leven van alle kanten bekeken.

De Berg duikt sinds jaar en dag op in Paula’s werk, vaak is zij het uitgangspunt voor haar komende schilderij, voor haar ‘reconstructies’, zoals zij haar werk noemt. Je kunt zeggen dat zij de atmosfeer en de daarbij behorende attributen uit heden en verleden steeds opnieuw arrangeert. ‘Die ’reconstructies’ zijn rake verbeeldingen van aan elkaar ‘gesmede’ beelden van vroeger en nu. Dus, niet alleen van De Berg, maar tevens van Paula’s vaak wetenschappelijke interesses, kortom, er is sprake van een voortdurende groeiende en rijker wordende visuele grammatica. Om De Berg weven zich verhalen. Steeds andere verhalen. De Berg is de grond, de bodem, maar ook haar tegenhanger; de lucht, de ijlheid van het schilderij, in ieder geval het startpunt van de vertelling. Verhalen die De Berg niet kunnen missen, die hun bestaan aan haar danken. De Berg, zó dichtbij en zó ver weg, die ruimte scheppende Berg, die van ieder schilderij een vergezicht maakt. Letterlijk plek schenkt aan de andere zaken die zich in dat schilderij voordoen. De basis van de voortvliedende geest van het verhaal dat geschilderd wordt.
De bergen die in het gezin van Paula zo’n grote rol speelden. Zeg je de bergen, dan kleeft haar gezin daar als een zwaan aan. Haar vader, moeder, zus en zijzelf vinden haast ongemerkt hun plek, dáár in die voorstellingen. Soms onzichtbaar tussen de bergen, soms als de berg letterlijk afwezig is in de voorstelling, in het denkbeeldige licht ervan.
Rondom De Berg, zichtbaar of niet, weeft Paula een netwerk van van alle mogelijke elementen, bijvoorbeeld meetkundige figuren, een microscoop, een verrekijker, een röntgenfoto, moleculen, een dna string, maar ook een huis, een bed, een sanatorium, een gebogen naakte rug, het vrouwelijke lichaam. U vindt ze in haar schilderijen en collages, kortom in die dingen die U in staat stellen om door die voorstellingen rond te dwalen, zoals Paula door haar herinneringen. Herinneringen van lang geleden, van vandaag, van morgen, van overmorgen.

Paula creëert een oeuvre als een dagboek. Je bladert door dat dagboek als je naar haar schilderijen en collages kijkt. Je begint verbanden te ontdekken. Je begrijpt waarom ze daar in reeksen hangen. Al kijkend zie je dat ze samen een complex verhaal vertellen, en tegelijkertijd zie je dat ze voor zichzelf spreken. Dat kijken daagt je dus op twee niveau’s uit, namelijk te kijken en te genieten van individuele werken, en te zoeken naar de samenhang tussen de afzonderlijke werken. Wij, de toeschouwers, zijn niet de maker van dat visuele dagboek, maar wij zoeken naar nieuwe associaties. We worden deelgenoot. Wij leggen verbanden, die de maker wellicht zullen verrassen, maar dat krijg je ervan als werken met z’n allen, nog een extra verhaal vertellen.
In de schilderijen wordt ons een groot menu aangeboden, maar de maaltijd moeten wij wel zelf samenstellen. Dat is het fraaie van Paula’s werk, het geeft ons de sleutel om er mee aan de slag te gaan.

En hiermee verklaar ik dan graag Paula’s tentoonstelling voor geopend.

Rien Monshouwer
Openingswoord op zondag 9 juni 2024 bij de tentoonstelling Paula van Zeggeren: (re)constructie

Rien Monshouwer
Nee, wij gaan niet naar Zandvoort al aan de zee. Wel nemen we koffie en broodjes mee, want wij zijn op weg naar De Bergen. Met kleine, of met hoofdletters? Met hoofdletters natuurlijk: De Bergen. De Zwitserse bergen, om wat preciezer te zijn.

De lokroep van de bergen. De ademtocht van de bergen. Het kristalheldere van de bergen. De bergen zoals ze verbeeld zijn door zovele kunstenaars. Denk bijvoorbeeld maar aan Giovanni Giacometti, aan Cuno Amiet of Ferdinand Hodler, die ons zelfs de grootsheid van de bergen in de mist laat ervaren. Reis William Turner na door de Zwitserse bergen. Of, meer recent, raak verrukt door de hommages aan De Berg van Roman Signer. De bergen waar Robert Walser zo graag zijn eenzame wandelingen op maakte. De bergen zoals je ze in het werk van Urs Pfannenmüller terug kunt vinden.
Opkijken naar De Berg, om vanaf het dal, in het dorp naast de klaterende beek met de springende forel, haar majestueuze grootsheid te bewonderen. De paden die de berg ons aanbiedt om haar top te bereiken. Bovenop de berg staan, tussen de soms loodzware wolken, die ook als luchtig dons kunnen zijn.
Op de top van de wereld al die andere majestueuze bergen overzien, in het besef van je eigen nietigheid. De gletscher, die haar diepgevroren, metersdikke, soms eeuwenoude geheimen langzaam, maar zeker, prijs geeft. Je stem die echoot tussen de rotswanden. Het gejodel dat door de dalen zingt. De klimmer vastgeketend aan een roekeloos touw. De Nacht die de verblindende witheid van de eeuwige sneeuw doet schitteren, alleen, hoe lang nog?
De Maan die het geheel in haar mysterieuze licht zet. De Zon die de witte massa ongenaakbaar maakt, maar die ook in het voorjaar de Edelweiss en andere bloemen de kracht geeft om hun schoonheid te tonen. De Berg die zo belangrijk is voor hen die aan haar voet in het sanatorium verblijven. De berg waar je, hand in hand met je Vader, op ronddwaalt. De Berg en de genezing van je vader. De manier waarop de bergen, en de herinnering daaraan gekoppeld zijn aan je bestaan.
Ook je bestaan als kunstenaar.

We rijden langs de Rijn, en volgen de bedding van die oude, indrukwekkende Dame, die Nederland, Duitsland en Zwitserland, van de zee tot aan de bron in de hoogvlakte, verbindt. Begeleidt door de vele liederen en gedichten die aan haar gewijd zijn, wanen ons even in een schilderij, een landschap dat liefdevol haar rivier omarmt. We wuiven hartelijk naar haar bewoners. En, ons wuiven wordt beantwoord.
We rijden richting Schatzalp, niet ver van Davos, ook wel ‘de magische berg’ genoemd in het boek ‘Der Zauberberg’, van Thomas Mann, waar Hans Castorp zijn neef in het sanatorium gaat opzoeken. Hij gaat voor drie weken, maar blijft uiteindelijk zeven jaar.
Zeven jaar lang wordt er van dit, daar aan de voet van De Magische Berg van het leven geproefd, wordt het leven van alle kanten bekeken.

De Berg duikt sinds jaar en dag op in Paula’s werk, vaak is zij het uitgangspunt voor haar komende schilderij, voor haar ‘reconstructies’, zoals zij haar werk noemt. Je kunt zeggen dat zij de atmosfeer en de daarbij behorende attributen uit heden en verleden steeds opnieuw arrangeert. ‘Die ’reconstructies’ zijn rake verbeeldingen van aan elkaar ‘gesmede’ beelden van vroeger en nu. Dus, niet alleen van De Berg, maar tevens van Paula’s vaak wetenschappelijke interesses, kortom, er is sprake van een voortdurende groeiende en rijker wordende visuele grammatica. Om De Berg weven zich verhalen. Steeds andere verhalen. De Berg is de grond, de bodem, maar ook haar tegenhanger; de lucht, de ijlheid van het schilderij, in ieder geval het startpunt van de vertelling. Verhalen die De Berg niet kunnen missen, die hun bestaan aan haar danken. De Berg, zó dichtbij en zó ver weg, die ruimte scheppende Berg, die van ieder schilderij een vergezicht maakt. Letterlijk plek schenkt aan de andere zaken die zich in dat schilderij voordoen. De basis van de voortvliedende geest van het verhaal dat geschilderd wordt.
De bergen die in het gezin van Paula zo’n grote rol speelden. Zeg je de bergen, dan kleeft haar gezin daar als een zwaan aan. Haar vader, moeder, zus en zijzelf vinden haast ongemerkt hun plek, dáár in die voorstellingen. Soms onzichtbaar tussen de bergen, soms als de berg letterlijk afwezig is in de voorstelling, in het denkbeeldige licht ervan.
Rondom De Berg, zichtbaar of niet, weeft Paula een netwerk van van alle mogelijke elementen, bijvoorbeeld meetkundige figuren, een microscoop, een verrekijker, een röntgenfoto, moleculen, een dna string, maar ook een huis, een bed, een sanatorium, een gebogen naakte rug, het vrouwelijke lichaam. U vindt ze in haar schilderijen en collages, kortom in die dingen die U in staat stellen om door die voorstellingen rond te dwalen, zoals Paula door haar herinneringen. Herinneringen van lang geleden, van vandaag, van morgen, van overmorgen.

Paula creëert een oeuvre als een dagboek. Je bladert door dat dagboek als je naar haar schilderijen en collages kijkt. Je begint verbanden te ontdekken. Je begrijpt waarom ze daar in reeksen hangen. Al kijkend zie je dat ze samen een complex verhaal vertellen, en tegelijkertijd zie je dat ze voor zichzelf spreken. Dat kijken daagt je dus op twee niveau’s uit, namelijk te kijken en te genieten van individuele werken, en te zoeken naar de samenhang tussen de afzonderlijke werken. Wij, de toeschouwers, zijn niet de maker van dat visuele dagboek, maar wij zoeken naar nieuwe associaties. We worden deelgenoot. Wij leggen verbanden, die de maker wellicht zullen verrassen, maar dat krijg je ervan als werken met z’n allen, nog een extra verhaal vertellen.
In de schilderijen wordt ons een groot menu aangeboden, maar de maaltijd moeten wij wel zelf samenstellen. Dat is het fraaie van Paula’s werk, het geeft ons de sleutel om er mee aan de slag te gaan.

En hiermee verklaar ik dan graag Paula’s tentoonstelling voor geopend.